Hagen

Introductie Dietz Hagen Koblischek (van) Koelen Koenen de Meij van Schalkwijk van Straten
Parenteel Dirck Hagen Kwartierstaat Astrid Hagen Documenten Documenten
Grote foto

Transport van kinderen van Pieter Elbertsz Mooij cum s[u]is
aen Willem van Brederode.

Wij Johan Adolph Winckler, schout, Mr. Jan Bretius en[de] Hendrick
Jacobsen Brasser, schepenen tot Cortenhoeff in den [namen van den] weled[elen] heere Zil-
vester Heereman, heere van Cortenhoef etc. sijn geregte, doen
cunt allen luijden dat voor ons gecompareert sijn Elbert
Mooij voor sijn selven, Corn[eli]s Ansumsz Hagen in huwel[ijk]
gehad hebbende Hilletie Pieters Mooij, Jacob Willemsen van
Vlied in huwel[ijk] hebbende Geertie Pieters Mooij nogh
Elbert Mooij en[de] Dirck Jansen Weltevreden, alse voogden
over de kinderen en erfgen[ame]n van Crijn Gijsbertsen en[de] Marritie
Pieters Mooij in dier qualiteijt kinderen van Pieter Elbertsz
Mooij
, mitsg[ade]rs de h[ee]r Hendrick Luls ende Jan Tijmensen Wel-
tevreden als gecom*ens [gecommitteerdens?] uijt de crediteuren van [de]selven,
ende v[er]claarden de comp[ara]nten in hunne qualiteijten te
cederen en transporteren aen en[de] ten behoeve
van Hr Willem van Brederode een huijsinge, bargh, schuer,
erff, ende omtrent acht morgen land daeragter en ter
zijden, off soo groot, en kleijn dat gelegen is onder onsen

Marge:
de resterende
cooppen[ningen] * hierbij
geroert, zijn
op den 8st[en] april
1711 betaelt aen
Cors Korn[eli]sen Schol,
volgens quitan[tie]
bij hem daer van
geteeckent die-
nende deese alhier
tot cassatie, tot
sooverre actum
den 8e april 1711,

E. Mooij
Secret[ari]s

geregte, streckende van[de] dijck af, oostwaerts op tot de
wed[uw]e en erffge[na]men van Pieter Elberts Mooij genaemt adv*
toe, daer zuijtwaerts Gijsbert Antonisen, ende d'erfge[na]men
vam Hr vam Agtienhoven ende noortwaerts Fransje van
Outshoorn naest geland zijn, met de lasten van 2 3/8 acker
in't zedijxgeld ende acht morgen int molengeld, voorts
met sodanige lasten van 's heeren schattingen als buren met
een slagh bauwerck op den dijck en vaert, dogh vrij van
raeij, oock met het regt van een overpad te hebben
en gedogen, beneden en boven uijt, voorts met sodanige
servituijten ende geregtigheeden als daeraen behoren
special[ijk] nogh op de last van seshondert veertigh g[u]l[den]
die wegens de laaste termijn cooppenn[ingen] nogh resteren,
ende welcke moeten werden voldaen op den 31e januarij 1708
aen handen van Cors Kornelisen Schol die bij desen daertoe wert
gequalificeert, voor welckers voldo[eningh]e het getransporteerd
blijft, geaffecteert sijnde d'eerste termijn cooppenn[ing]en
met het rantsoen samen tot f 709 - 0 - 0 op heeden voldaen
renuncierende onder dat v[er]band van het getransporteerde
mitsg[ade]rs van alle brieven en bescheijden daervan roerende en
spreeckende, belovende hetselve op de voors[eide] last te vrijen
ende waren als erfcoopregt, in den lande van Utregt
gebruijkel[ijk] is, ende naardien ons gebleecken is 't regt vande
XLe penn[ing] voldaen te sijn volgens quitantie van hr. ontfanger
Mr C. Nierop van dato den 2e meert 1708 behoorl[ijk]
geregistreert, soo hebben wij schout deese besegelt en
schepenen respectievel[ijk] onderteeckent in Cortenhoef
op den 23e meert 1708.
Hendrick Brasser
J. Bretius.