Hagen

Introductie Dietz Hagen Koblischek (van) Koelen Koenen de Meij van Schalkwijk van Straten
Parenteel Dirck Hagen Kwartierstaat Astrid Hagen Documenten Documenten
Grote foto

Transport van kinderen van Pieter Elbertsz Mooij
cum suis aen Korn[eli]s Korssen Schol..

Wij Johan Adolph Winckler, schout, Mr. Jan Bretius
en Hendrick Jacobsen Brasser, schepenen tot Cortenhoeff
in den [namen van den] weled[elen] heere Zilvester Heereman, heere van
Cortenhoeff etc sijn geregte, doen cunt allen luijden
dat voor ons gecompareert en v[er]schenen sijn Elbert
Mooij voor sijn selven, Corn[eli]s Ansumsen Hagen in huwel[ijk]
gehad hebbende Hilletie Piters Mooij, Jacob Willemsen
van Vlied in huwel[ijk] hebbende Geertie Pieters Mooij
nogh Elbert Mooij en[de] Dirck Jansen Weltevreden,
als voogden over de kinderen en erffgen[ame]n van
Krijn Gijsbertsen en[de] Marritie Pieters Mooij in dier quali-
teijt kinderen van Piter Elbertsen Mooij, item de h[ee]r
Hendrick Luls en Jan Tijmensen Weltevreden als
gecom*dens (gecommiteerdens?) uijt de gemeene crediteuren van [de-]
selven, ende v[er]claarde de comp[ara]nten in hunne
qualiteijten te cederen, transporteren ende in
vollen eijgendom over te geven aen en[de] ten behoeve
van Cornelis Corssen Schol eene riet- en hout-
acker, gelegen onder onsen geregte in Jan
Kockensaat, streckende uijt de dwarsvaert
westwaerts op tot ................................. toe
vrij van ackertael en andere ongelden, met het
gewas van het hout, en riet daer op staende, voorts
met sodanigen servituijten en geregtigheeden als daer-
toe en aen behoren[de] sijn, bekennende de comp[ara]nten
van[de] volle cooppenn[ingen] betaelt te sijn t'eenenmael
t'seffens renuncierende derhalven van het getrans-
porteerde, mitsg[ade]rs van alle brieven en bescheijden
daervan roerende en spreeckende, belovende
't selven ingevolge van[de] coopconditie te vrijen, en
waren als erfcoopregt in den lande van Utrecht
gebruijckel[ijk] is, en naardien ons gebleecken is 't
regt van[de] XLe penn[ing] voldaen te sijn volgens quitantie
van[de] h[ee]r ontfanger, mr. C. Nierop van dato den 4en
februarij 1708, behoorl[ijk] geregistreert, soo hebben wij
schout deese besegelt en schepenen respectivel[ijk] onder-
teeckent in Cortenhoeff op den 23e meert 1708.

J. Bretius, Hendrick Brasser.